Reining

Deze hele beste reininguitleg vonden we op de pagina van reiningspecialist Walter Bouwmeester. Aangezien ik steeds op zoek ben naar goede uitleg van de diverse westernonderdelen, wil ik jullie deze info niet onthouden! Ik wil echter wel de schrijver de eer aandoen die hij verdiend, dus doe mij een plezier en kijk ook op de originele site!

(foto's van Ingrid Peters, amateur pleasure Arendonk 24 april, 6e plaats. Lotje Moerdijk en Fresnos Survivor)


De onderdelen van de reiningproef:
Reining wordt gereden volgens een voorgeschreven manier - de NRHA heeft 9 officiële proeven. In al deze proeven zijn dezelfde manoeuvres opgenomen; alleen in een andere volgorde. Iemand die de manoeuvres in de verkeerde volgorde rijdt, een manoeuvre vergeet, of een toevoegt, is 'out of pattern' of 'off pattern' en krijgt automatisch een 0-score (zero).
Om reining te begrijpen en er goed in te zijn is het belangrijk om te weten wat een manoeuvre precies inhoudt en hoe die precies gejureerd wordt.
De verschillende verplichte manoeuvres in elke reiningproef zijn:
· Cirkels en galopwissel
· Stop en roll-back
· Stop en back-up
· Stop
· Spin
Na bepaalde manoeuvres zijn korte pauzes ingelast (aarzelingen), De aarzelingen zijn geen onafhankelijke manoeuvres waar men punten voor krijgt. Ze zijn een onderdeel van de voorafgaande manoeuvre en als de berijder ze niet uitvoert kan het van invloed zijn op de score van deze manoeuvre.

Cirkels:
Een reiningproef wordt geheel in galop gereden, dus de cirkels moeten in diezelfde gang gereden worden. Ze zijn vereist in verschillende groottes en snelheden - de grote in ieder geval sneller dan de kleine.
In iedere proef moet men net zoveel cirkels linksom als rechtsom rijden, alsmede galopwissels van links naar rechts en vice versa. In sommige proeven moet je 2 sets cirkels rijden zonder wissels. De wissels moeten dan vervolgens worden uitgevoerd in een aparte 8-figuur.
Het is belangrijk dat, wanneer wissels gevraagd worden, deze samen met de voorafgaande cirkels één vloeiende manoeuvre vormen. Bijv. als de cirkels goed zijn, maar de wissels nogal stroef verlopen, bestaat de kans dat men een slechts een 0-score behaalt voor de manoeuvre of zelfs - ½ tot - 1 (afhankelijk van hoe slecht de wissel was).
Cirkels dienen exact dat te zijn: rond! Niet ovaal of bijv. onregelmatige lussen. De juryleden kijken naar gelijkmatige ronde cirkels; gelijke grootte op de snelle grote cirkels en zeker kleiner en langzamer op de kleine cirkels. En natuurlijk geografisch correct.
Het rijden van geografisch foutieve cirkels is de meest gangbare manier om een reiningproef te verknallen. Alle cirkels moet het centrum van de arena raken. De kleine cirkels worden bijv. niet gereden in het midden van de grote cirkels, maar ook die beginnen en eindigen op X.
Galopwissels moeten uitgevoerd in het midden van de arena (dus op X).
Cirkels starten op X en het wegrijden in de juiste galop is dan ook een vereiste om te beheersen. Het paard dient vanuit stilstand of stap te vertrekken in de juiste galop.
Speed control speelt een belangrijke rol in de cirkels. De overgang van grote, snelle cirkels naar kleine, langzame cirkels dient plaats te vinden op X en ideaal gezien zonder overduidelijke signalen van de berijder. Als het paard na de snelle cirkels heet is en niet langzamer wil gaan lopen en de berijder moet het paard inhouden om het langzaam te maken, dan zal de jury de manoeuvre hoogstwaarschijnlijk minpunten geven.
De vliegende galopwissels dienen, net als de rest van de manoeuvres, vloeiend, glad, op X en uitgevoerd te worden zonder enige zichtbare inspanning van de berijder.
Ieder keer als een paard van gang verandert, bijv. van galop naar draf of stap, krijgt men 2 strafpunten.
De cirkels worden niet hoog beloond in de zin van pluspunten, dus vormen ze een groot risico voor wat betreft strafpunten. Echter, mooie, vloeiende, ronde en geografisch goede cirkels zijn noodzakelijk; zij vormen een rode draad door de gehele proef. Als de andere manoeuvres goed zijn, maar de cirkels zijn betreurenswaardig, dan lijkt gelijk de gehele proef slecht. Een proef met slechte andere manoeuvres, maar met mooie, vloeiende cirkels, ziet er nog steeds fatsoenlijk uit.


(Niet zo'n hele spectaculaire sliding stop helaas, maar we leren bij...)

De sliding stop:
De sliding stops zijn het handelsmerk van het reining paard en vaak winnen ze daarmee een reining show. Het is een zeer spectaculaire manoeuvre waarbij het paard hard galoppeert, glijdt tot een stilstand op zijn achterbenen, terwijl zijn voorbenen blijven lopen totdat hij tot stilstand komt.
Zoals ook voor elk ander aspect van de reining geldt, zijn correctheid, fijnheid, balans, harmonie en gewilligheid de trefwoorden. Een paard dat ver stopt, maar zijn hoofd hoog heeft, zijn mond opent en zijn voorbenen stijf houdt tijdens de stop zal zeker geen pluspunten krijgen van de jury. Wat een onervaren toeschouwer misschien ziet als een plus, kan in feite zelfs minpunten opleveren.
Een ander ding wat vaak over het hoofd wordt gezien, is hetgeen wat bij de stop hoort. Een stop wordt nooit op zichzelf beoordeeld. Zodra de manoeuvre voor de stop is afgerond begint de beoordeling van de stop manoeuvre. Het begin en de run down zijn allemaal onderdeel van de stop.
Een stop wordt over het algemeen gevolgd door een rollback of een back-up, die ook onderdeel uitmaken van de stop manoeuvre. Er kan veel fout gaan en er is dus ook veel kans op strafpunten. In het geval van de rollback moet het paard nadat het gedraaid is, in galop weglopen. Draaft het paard 2 passen voordat het aangaloppeert levert dit een ½ strafpunt op. Worden dit meer dan 2 drafpassen levert het 2 strafpunten op.
Een voortreffelijke sliding stop is een stop op de achterbenen vanuit een snelle galop. De achterbenen blijven in de grond en het paard glijdt op zijn ijzers door. Het paard blijft relaxed, zijn rug is rond, zijn nek, schouders en voorbenen zijn ontspannen. Zijn neus wijst naar benenden, zijn mond blijft dicht en de teugels hebben nauwelijks contact met het paard of hangen los. Als het paard van voren ontspannen blijft, zal hij met zijn voorbenen meelopen om zichzelf in balans te houden.
Het is toegestaan om contact te houden met de mond van het paard, zolang de mond dicht blijft en paard ontspannen en correct blijft. Zodra er aan de teugels wordt getrokken, zullen veel paarden hun hoofd heffen of hun mond openen en hebben zij de neiging hun achterbenen te spreiden in plaats van 2 rechte sporen in het zand te trekken. Het geheel zal er niet glad en gebalanceerd uitzien, maar stijf en stuiterig.
De rollback dient te geschieden op dezelfde plaats als waar de stop heeft plaatsgevonden en het paard dient direct weg te springen in een galop. Het paard draait op zijn hakken en om zijn binnenste achterbeen. Hij raakt de grond pas weer met zijn voorbenen als hij 180 graden gedraaid is.


Inzet spin

De spin:
Spins worden 2 kanten op vereist. Een spin is draai van 360 graden op de achterbenen. De achterzijde van het paard blijft stilstaan terwijl de voorbenen hieromheen draaien. Hoe sneller het paard stapt, hoe groter de moeilijkheidsgraad. Op deze manier krijg je een vlakke, gladde, vloeiende en gelijke beweging. Ideaal is het als het paard vlak blijft, met zijn hoofd naar beneden, zijn rug omhoog en zijn buitenste voorbeen dient over het binnenste voorbeen te stappen. Zodra het paard stopt met overstappen en begint te springen krijgt men strafpunten. Dit gebeurt meestal als het paard gevraagd wordt om sneller te draaien dan hij kan. Als het paard van achter niet stil blijft staan, maar afdwaalt levert dit tevens minpunten op. Het paard draait dan in feite om zijn middel in plaats van zijn achterkant. Ook kun je penalty's krijgen bij over- of onderspin. In NRHA proeven worden de spins op 2 manieren gevraagd: soms staat het paard parallel met de wand en in andere gevallen recht tegenover de jury. Het gaat er hier om, om het paard precies na de laatste draai van 360 graden te laten stoppen.


Diversen:
Een belangrijke regel m.b.t. strafpunten: wanneer een paard meer dan 2 volledige passen achterwaarts doet, zonder dat dit gevraagd wordt, verkrijgt men wegens het uitvoeren van een niet gevraagde manoeuvre direct een 0-score (off pattern).
Iedereen die meedoet krijgt wanneer hij de arena binnenkomt 70 punten. De jury zal pluspunten waar gepast toekennen en strafpunten toekennen volgens het reglement. Indien de meeste manoeuvres ondermaats waren zal de proef flink onder de 70 punten beoordeeld worden. In een proef komen maximaal 8 manoeuvres voor. Theoretisch gezien kan een berijder, wanneer hij bij iedere manoeuvre plus 1½ scoort, een score krijgen van 82 (8 x 1½ + 70). Dit gebeurt nooit; er bestaat geen perfect paard of een perfect gereden proef.
Het doel van iedere reiner is echter: 'uit de strafpunten blijven'. Indien hij of zij de arena verlaat en de 70 punten nog steeds heeft die hij/zij bij binnenkomst gekregen heeft, met misschien een aantal extra pluspunten, betekent dit meestal een lintje of misschien wel een geldprijs.
Na de proef dient de berijder naar de jury te lopen en het hoofdstel uit te doen. De jury controleert het bit waar mee gereden is en bekijkt gelijk het gehele paard op eventuele illegale hulpmiddelen en kijkt of er bloed waar dan ook op het paard te zien is. Als er zichtbaar bloed is, bijvoorbeeld veroorzaakt door de sporten, wordt de berijder gediskwalificeerd en krijgt hij/zij een een 'no score'.

Tijdens de gehele proef wordt er van het paard verwacht dat hij gewillig loopt aan een losse teugel. Hoe minder opvallend de hulpen van de berijder zijn, hoe minder weerstand een paard biedt, hoe beter de uitvoering, hoe hoger de score zal zijn. Het is een combinatie van gecontroleerde snelheid en actie, precisie en onzichtbare hulpen wat reining zo opwindend maakt om naar te kijken en te beoefenen.
Reining is geen sport voor ruwe en stoere cowboys; het is finesse, precisie, discipline en schoonheid!


Teugels over het algemeen veel te kort overal....

Het jureringssysteem:
Veel van het succes van reining is te danken aan het jureringsysteem dat NRHA ontwikkeld en geïmplementeerd heeft. Het is een van de beste jureringsystemen in de paardenwereld waardoor de NRHA jury-leden elke proef van iedere rijder objectief kunnen beoordelen. Een proef is onderverdeeld in individuele manoeuvres die elk een score kunnen opleveren tussen plus 1½ en min 1½ . Een 0-score verkrijgt men bij een gemiddeld gereden manoeuvre. Deze manoeuvre-scores worden onafhankelijk gegeven van de strafpunten die ook voor kunnen komen. Deze strafpunten worden niet zomaar naar goeddunken van de juryleden gegeven. De regels geven duidelijk aan waar wel en waar geen strafpunten voor gegeven worden. Het enige wat de juryleden moeten bepalen is of een fout is gereden in de proef. Aan het einde van de proef worden de pluspunten opgeteld en de minpunten afgetrokken om de totale score vast te stellen.
Van de berijders wordt verwacht dat ze de proeven exact uitvoeren zoals ze getekend en beschreven zijn. Nauwkeurigheid staat bovenaan! Pas als je nauwkeurig en precies bent, heeft het zin om de snelheid op te voeren - een hogere moeilijkheidsgraad. Een hogere moeilijkheidsgraad wordt alleen beloond indien nauwkeurigheid, correctheid en algemene balans gehandhaafd is.
De markers die langs de muren of fences geplaatst zijn, t.w. middenmarkers en eindmarkers zijn de basis van geografisch correct gereden proeven en correcte jurering.

Vergeet geen kijkje te nemen op Walters site!!

Walter Bouwmeester

terug naar working cowhorse

terug naar western

.