DE VALERY KANAVY EXPERIENCE:

Ter gelegenheid van deze bijzondere " VALERY KANAVY EXPERIENCE" past het om een woordje van dank te brengen aan Valery Kanavy, de wereldkampioene 1996, voor haar bereidheid.
Als ook dank aan deze sponsors: Naqi, Cavalor, Ifor Williams, en de clubs VET 2000, BLDR, BEEL en BAPS/SBCA, die de endurance steeds een warm hart blijven toedragen. Eveneens dank aan diegenen die op belangeloze wijze hun medewerking hebben gegeven.

De organisatie wenst dat iedereen een aangename dag mag doorbrengen op deze endurance clinic, met de hoop dat de endurance mag doorgroeien en de plaats krijgt die ze verdient in de paardesport.


De organisatoren:
Frieda en Marcel Laenens-Opdebeeck, Julie Maden.


Zorgvuldig genoteerd en uitgewerkt door:
Marcel van Engelen (NVLR) en Lotje Moerdijk (DER/NVLR)

"VALARY KANAVY EXPERIENCE"

4 oktober 1997 , Brussel België.
(vertaald uit het Engels en Frans)

Julie Maden opent met het unieke feit dat we zo mooi kunnen profiteren van de Amerikaanse ervaringen van Valery. Ze deelt met ons haar 40?jarige ervaring met paarden en 25 jaar met de endurancesport. Vooral de dingen die ze op de weg naar de top heeft ondervonden.

HOOFDSTUK 1:

HET DOEL: Wat is het doel wat je bereiken wilt? Een plan is het belangrijkste wat de ruiter moet maken. Het moet wel realistisch zijn: Je moet aan alle dingen kunnen voldoen, die voor dat doel staan. Bv een wereldkampioenschap heeft andere belangen te behartigen als een mooie 40 kilometer, welk een net zo belangrijk doel kan zijn.
Een hoog doel zal veel geld en tijd kosten en men moet zich goed realiseren of het beoogde doel wel haalbaar is.


HOOFDSTUK 2:

HET PAARD: Veel paarden kunnen goed presteren maar hoe beter of correcter het paard, hoe beter de kans om iets te bereiken. Verder moet je je afvragen of je er de tijd voor kunt opbrengen, of je sponsors kunt vinden, of je paard goed genoeg is, etc.
Het is alsof je stroomopwaarts moet peddelen: je kano moet sterk zijn, je peddels in orde en je moet de kracht hebben om tegen die stroom in te peddelen.
De sport is moeilijk en de top zwaar te bereiken!

Het goede nieuws is dat de endurance altijd leuk blijft. Er is voor elke ruiter een gepaste afstand waarin hij/zij kan presteren. Laat je niet intimideren door de topafstand, want een 40 kilometer is net zo belangrijk als de 160 kilometer!

SELECTIE PAARD: Geen voeten,geen paard. Dat wil zeggen dat de kwaliteit van de hoeven een van de zwaarste criteria moet zijn. Verder moet het skelet in verhouding zijn en zijn de spieren belangrijk.

Valery is gek op arabieren, maar niet elke arabier is goed. Een efficiënte beweging met een correcte bouw is belangrijk maar het perfecte paard bestaat niet. Een overbouwd paard belast altijd de voorbenen! Scheve rare bewegingen zijn altijd vermoeiend en dat kost energie, welk beter in een snellere tijd omgezet kan worden. (Tenen naar binnen is niet heel erg)
Achterhand is belangrijk, maar veel kan getraind worden.
De mentilatiteit van het paard is eigenlijk het belangrijkste. Natuurlijk is een fit voorwaarts paard heerlijk om te rijden, echter de ervaring leert ons de beste prestaties geleverd worden door een lui paard, welk zichzelf spaart en zich niet druk maakt en dus energie spaart. Het paard mag geen pas teveel maken.
Een opgewonden paard let niet genoeg op het terrein en verstapt zich makkelijk. Deze paarden zijn dus sneller kreupel.
Eetlust is zeer belangrijk. Een paard wat niet eet, verzwakt en komt na enkele wedstrijden niet meer op krachten. Bovendien moet het paard zijn eerste levensbehoefte ten alle tijden voorop willen zetten.

CONCLUSIE:
Voorwaarde 1) Correct gebouwd en bewegend;
Voorwaarde 2) Spaarzaam met energie tot zelfs lui;
Voorwaarde 3) Bijzonder goede eetlust.

HOOFDSTUK 3

NIET VERGETEN: Belangrijke onderdelen, die vaak verwaarloosd worden

?Elk half jaar naar de tandarts, niet naar de dierenarts. Veel paarden worden gek van tandpijn. Ze eten slechter en de voedsel opname is niet optimaal. (een tandarts is veel ervarener dan een dierenarts!)

?Wormbehandeling: De paarden worden elke 8 weken ontwormd,de wedstrijdpaarden elke 4 weken. Dit vanwege de vele vreemde paddockjes waar ze in staan te grazen. (Elk paard is anders, en de tijden zijn dus niet voor elk paard geldig). Teveel wormbehandeling kan de positieve darmflora beschadigen. Daar zijn ook weer middelen voor.
Valery kijkt zelf onder haar microscoop de wormen na. Iedereen kan dit zelf en het is niet duur. Vooral het groene gras in het voorjaar en de mest van jonge paarden. (Die worden in het voorjaar dan ook elke 2 weken ontwormd)

?Voedsel met een hoog vetgehalte is belangrijk om de paarden op gewicht te houden. Anders worden ze gedurende het seizoen te mager! (Valery ontwikkelde vet?voedsel in het voorjaar 1994. Met gewoon voedsel is er niet tegen op te voeren.)
Er mogen geen ribben te zien zijn. Dat is de maatstaf. Magere paarden winnen echter wel vaak! Maar vergeet niet dat ze theoretisch geen voorraad hebben, waardoor er makkelijk spierafbraak plaatsvindt en dat is zeer gevaarlijk!
In de dagelijkse voeding hoort zo'n 10 a 12% proteïne (eiwitten), niet meer dan dat! En zo'n 10% vet. (rijstzemelen is goed, maisolie, zonnebloemolie, ed. Zo'n 50 gram per dag.)
(Er is een gat in de markt voor een rijstzemelen?importeur. Misschien is het te koop bij een reformwinkel. Het is goed voor de vacht. Een erg mager paard kan zelfs tot 400 gr krijgen.)

-Het is belangrijk om uit te zoeken welke vitaminen en mineralen het paard echt nodig heeft. Dit kan door middel van een bloedonderzoek. Lukraak gevoerde vitaminen worden gewoon uitgepiest! Goed voer en Vit. E is over het algemeen voor een gezond paard voldoende. Ook moet er altijd voldoende hooi aanwezig zijn. Valery voert veel Timothee?hooi.
Er wordt vaak teveel vitamine ten onrechte gevoerd en er zijn paarden aan kapot gegaan. Je moet leren van je ervaringen (en van die van anderen.)

-Vitamine E is belangrijk voor zowel de spieren (die er veel soepeler van worden en dus minder blessure gevoelig) en voor de optimale vetverwerking of -afbraak.

-De paarden van Valery lopen altijd buiten. Ze komen alleen even binnen om te eten. De paarden krijgen vroeger alfalfa erbij, maar de tijd leerde dat het niet zo goed was (lucerne). De urine is meer en sterker en dat betekent dat de nieren er hard aan moeten werken. De eetlust wordt er wel door opgewekt, dus op de vetgate wordt het daardoor wel gevoerd. Het meer urineren is tijdens een wedstrijd wel prettig.

-De paarden eten de hele dag door. Ze zijn niet gemaakt voor 2 of 3 grote maaltijden met niets er tussendoor. Het is belangrijk om met voeren zo dicht mogelijk bij de natuur te blijven, dus de hele dag door een beetje tegelijk.
Ook voor de geest is het goed om relaxt de hele dag te vreten en rond te lopen. Daar is hij voor geschapen, niet om 22 uur per dag in een 3 bij 3 meter box te zitten. Een atleet zit ook niet de hele dag op de bank. Bovendien is het rondlopen goed voor de afvalcirculatie in de benen.
Een lopend paard krijgt nooit dikke benen!

-In het voorjaar is er natuurlijk het probleem van te mals gras. Dan is het belangrijk om het krachtvoer te verminderen en goed te blijven trainen om het voedsel optimaal te verwerken. Valery traint altijd drie dagen per week, maar dan iets harder. Een goed paardenman ziet het en compenseert. In geval van nood kan het paard met een muilkorf naar buiten. Granen moeten gezien worden als aanvulling op het voer bij bv hard werken. Als een aanvulling niet nodig is omdat er genoeg voedsel op het land is, kan men het verminderen of zelfs gewoon weglaten.


HOOFDSTUK 4:

DE HOEVEN: Je hoefsmid is je belangrijkste teamgenoot. Een goede ervaren smid kan je paard verbeteren (uitbalanceren). De endurance sport bestaat uit miljoenen voetstappen. Als elke stap niet 100% is, wordt het paard kreupel. Het meeste geld van Valery gaat naar haar hoefsmid.

VOETSTAND: Een te steile stand is te veel schokkend voor het been (voornamelijk de gewrichten), staat het paard te plat, dan is er te veel belasting op de pezen. In europa is de laatste jaren veel verbeterd. Men heeft steeds meer aandacht voor dit soort zaken. Valery gaat vaak naar de hoefsmid om zo veel mogelijk de natuurlijke stand te behouden (elke 4 weken). Als er een lange tijd tussen zit, verandert er (door de groei) te veel ineens aan de hoefstand, wat natuurlijk moeilijker loopt en een aanslag is op pezen en gewrichten.)
Ga als loper maar eens op verschillende schoenen joggen. Wissel de gympies maar eens met hakschoenen, en je voelt zelf wat een paard in zijn enkels aan vermoeidheid voelt!
Er worden verschillende soorten ijzers voor verschillende paarden, type races en verschillende terreinen gebruikt.
Bv in Rome op het E.K. reed Valery op kunststof hoefijzers met dikke brede randen, die uitstekend bescherdmen tegen het vulkaanachtige harde gesteente.
Valerie en Danielle reden lange tijd voorop, niet omdat ze hard reden, maar omdat de paarden weinig last hadden van de stenen. (Deze ijzers worden "equisokking" oftewel "sneakers" genoemd) Op gras en modder zijn deze ijzers zeer glad en moeilijk. (Zo zie je maar dat een specifiek ijzer nodig is.)
Een ander ijzer is van aluminium, met een schuine voorzijde. Dit is erg geschikt voor zwaar zand, maar het slijt wel snel. Het is breed en er zit een holte in de teen waardoor deze niet onder druk staat.
De opzet is vanaf de onderzijde al schuin, wat de afzet vergemakkelijkt.

Zoek altijd goed uit wat je nodig hebt en bespreek alles goed met je hoefsmid. Deze is tenslotte de deskundige op dat gebied.


HOOFDSTUK 5:

DE RUITER: Rijlessen zijn belangrijk. Veel ruiters kunnen alleen links en rechts sturen, stoppen en vooruit rijden. Dat ze er niet afvallen, wil niet zeggen dat ze goede ruiters zijn!
De houding is met het paard mee, of storend voor de bewegingen van het paard. De ruiter maakt of breekt het paard hiermee.
Een goede oefening c.q. test is de volgende: De ruiter zit gebalanceerd, als hij gehurkt op een (skippy)bal zit en niet naar links, rechts, voor of achter kiepert als men de voeten optilt.

Valery neemt nog steeds paardrijles om haar balans te verbeteren. De houding van de ruiter is vaak zeer slecht, waardoor er teveel druk op de voorbenen ontstaat en er kreupelheden ontstaan, waarbij niemand kan ontdekken hoe het komt.

Verder is een slechte houding van het paard (holle rug, hoge hoofdhouding etc.) een ruime verkorting van zijn gebruiksduur. Het paard verslijt te snel. Met dressuur leer je het paard effectiever met zijn lichaam omgaan. Een correct paard heeft veel minder trainingstijd nodig om tot hetzelfde resultaat te komen als een niet correctn gereden paard. Bovendien kan het paard "ontstresst" worden als hij geleerd heeft op commando zich te ontspannen (afbuigen aan de teugel e.d.).

ZADELS: Elk paard is anders, dus elk zadel past niet op elk paard.
Het moet goed op het paard passen en de ruiter moet in een goede positie kunnen zitten. Houding en zadel hebben veel met elkaar te maken. Ruiter en paard mogen geen hinder ondervinden van een slecht zadel. Streng selecteren is dus voor deze sport een vereiste.

Wat is nu de beste positie: lichtrijden, verlichte zit, of doorzitten? Tegenwoordig is men meer aan het nadenken over het gewicht van de ruiter. Vroeger stond men veel in het zadel, waardoor alle druk op de stijgbeugels, en dus op diens bevestigingspunten terecht kwam. De hele druk is dus gecentraliseerd op een klein plekje! Niet alleen slecht voor dat ene rugplekje, wat overbelast raakt maar ook vermoeide voeten voor de ruiter, wiens hele gewicht teveel rust op een punt. Daarna ging men veel lichtrijden, waardoor je op het hoogste, dooie punt niet in balans bent en er makkelijk afvalt.
Je moet zelf nadenken hoe je het best op je paard kunt zitten. Valery volgt de volgende methode: voor de stoel staan, NIET gaan zitten (want dan vallen we achterover) maar de knieën naar beneden volgen. Dan kan men in balans en zonder schok zitten! Zoiets moet je ook voor jezelf in het zadel uitvogelen.

Wat is de goede houding voor een paard?
?Een bolle rug en een laag hoofd. Dat paard loopt in balans en verliest weinig energie. Het paard met hoog hoofd en holle rug valt meer naar voren, de rug en halsspieren kunnen zich niet onspannen en het paard zal last krijgen van de krampachtige onnatuurlijke houding.


HOOFDSTUK 6:

TRAINING: Het inrijden van endurance?paarden begint op 4, 5 en soms pas op 6?jarige leeftijd. Het paard moet tenminste volledig volwassen en uitgegroeid zijn. De periode zadelmak maken tot de eerste 160 km kan in twee jaar, mits het paard op zijn 6e wordt ingereden.

We kennen drie fasen van training:
? pleasure = ontspannen
? intermediate = voorbereiding
? advanced = techniek van het zwaardere werk

Wat goed werkt is het maken van een dagelijkse kalender, waarop alle paarden staan, met het werk wat ze precies (moeten) doen. Met een oogopslag kan er dan gecontroleerd worden of het paard overtraind is of juist te weinig gedaan heeft. Vooral als meerdere mensen samen trainen is dit enorm handig.

Ook een goede tip is het meten van de trainingsafstand, in het parcours, zodat precies getraind kan worden. Een paard kan niet fit raken zonder een flinke portie heuvels c.q. bergen. Valery's trainingsafstanden zijn 15, 20, 25 en 35 miles (23, 30, 38, 55 km.) Valery traint liever een bepaalde afstand, in plaats van een bepaalde snelheid, waardoor een sterke basis ontstaat. Veel mensen vergissen zich en gaan te snel trainen. Paarden zetten zich graag in (vooral Arabieren), maar de ruiter is en blijft "the brain".
Normaal wordt er drie dagen per week getraind; twee dagen buiten en 1 x in de piste. (Maandag? Woensdag? Vrijdag, en op wedstrijden rijdt zij niet op vrijdag en maandag).

Train niet teveel. Het is levend wezen, met bloed, spieren en een hart. Twee dagen achtereen trainen is spiertechnisch onmogelijk!
Een paard voelt nog een vlieg op zijn rug, dus voelt hij ook een heel klein spierpijntje uitermate goed! Houd hier rekening mee!
De afstand niet te snel opbouwen ( ene dag 5 mile en de volgende dag 10 mile etc.). Het systeem wat je traint moet weer hersteld worden voor je het opnieuw aanspreekt. Geduld dus!


* Fase 1: De pleasure training:

1 tot 3 uur, veel stap, leuk drafje, lekker kort galopje. Als het paard het werk aan kan, gaan we de heuvels in. rondes van 4 tot 8 mile, of 12 tot 15 mile. (respectievelijk 6, 12, 18 en 23 km)
Sommige paarden redden het in twee maanden, andere hebben 4 maanden
nodig. Kijk dus altijd naar de individuele prestaties van het paard!

Endurance ruiters voederen, kijken en voelen aan ribben en benen.
De ruiter is dan ook immer verantwoordelijk. Hijgt hij of ademt hij zoals hij bergop gaat? Kan hij het zuurstof goed opbrengen/ verwerken. Valery heeft een mooie trainingsheuvel van drie kilometer. Continue bergop is zeer zwaar. Valery's doel is om die hele afstand te draven. Dit proces duurt 6 tot 12 maanden.
Naar huis terug willen jonge paarden altijd graag en hier kunnen we gebruik van maken, maar altijd voorzichtig.


In de USA is er Endurance en Competetive. ( op tijd en conditie)

Nederland? DER Klasse 1 = competitive ( 9 tot 15 km per uur) <40 km
België? I, Q1 en Q2= competitive (9 tot 12 km per uur) <60 km
USA? < 80 km = competitive (tot 10 km per uur), dus in USA is pas vanaf 80 km de snelheid vrij. Een streng beschermingsbeleid voor het paard dus, maar het is nodig.
Laat het paard en de ruiter eerst maar bewijzen dat ze kunnen rijden: Alles onder controle, zonder het paard te slijten.

Op zes jarige leeftijd kan een paard een 80 km rit aan, maar zonder snelheid. Het paard wordt rustig voorbereid om zonder risico over enkele jaren de 160 km te gaan lopen.
Veel mensen onderschatten 80 km, welke al heel zwaar is. Met jonge paarden (4 en 5 jaar) kun je wel al kortere ritten maken om hen goed voor te bereiden, maar je kunt geen werkelijke prestaties verlangen.
Het idee is dat je het paard sterker maakt, niet afbreekt. Snelheid breekt bijna altijd af, ook al biedt het paard dit in zijn enthousiasme en werklust zelf aan. De ruiter moet deze enthousiasme afremmen en het paard leren spaarzaam met zijn energie om te gaan. Daarom bepaald de ruiter het tempo en nimmer het paard.
De korte afstanden zijn het middel, niet het doel.

Belangrijk is een voorwaartse progressieve training. Een goed hulpmiddel is de hartslagmeter. Stilstand is achteruitgang en daarom is meten een heel belangrijk aspect om dit aan te zien komen.
Bij een normaal drafje willen we graag een pols van 100 tot 120 slagen per minuut. (volwassen paard). Stilstaand met de stethoscoop is dit nooit te meten, aangezien het paard bij het stil staan al direkt in waarde zakt.
Voor jonge paarden is 90 hoog zat.
Bij een volwassen, gerelaxed, goed getraind paard, is een herstelwaarde van 48 slagen per minuut redelijk normaal. Onder de 120 hartslag werkt de verbranding aeroob (met zuurstof), welk zeer langdurig vol te houden is. Boven de 160 wordt het anaërobe, dus zeer kort vol te houden. Dit is door training op te voeren tot 180.

* Fase 2 ? Intermediate training.

Dit is in principe dezelfde soort training, alleen zwaarder in afstand, snelheid en terrein. (weinig stap, veel draf, klein handgalopje). Vroeger werd er bijna alleen gestapt en gedraafd. Nu wordt er ook veel gegaloppeerd. De herstelperiode maken we steeds kleiner, zodat het paard gedwongen wordt, zich nog net in de arbeid te leren herstellen. (bv in rustig drafje in plaats van in een lange stapperiode.)

Sommige paarden ontwikkelen zich snel, anderen hebben meer tijd nodig. Dit kun je niet afdwingen. Sommigen gaan sneller draven met minder moeite, anderen gaan liever in galop met dezelfde moeite. Warm weer heeft daar veel invloed op.

Elke race versterkt het paard, mits met verstand gereden. In Amerika zijn er veel meer 160 km paarden als in Europa. Valery's paard "Cash" heeft er 28 opzitten. Hij is 15 jaar oud en begon zijn eerste 160 op 8 jarige leeftijd.
Paarden kunnen veel meer als we rekening houden met de volgende dingen:

1? De snelheid, die niet geforceerd wordt. (zo'n 12 km p/u)
2? De herstelfase, die lang genoeg moet zijn.
3- Het paard laten lopen in 3/4 van zijn kruissnelheid. Op de belangrijke rit verhoog je dat met 100%, welke steeds hoger wordt.
Train dus op de 75% van de capaciteit! Bv: Heeft je paard een kruissnelheid (=natuurlijke snelheid waarin het paard optimaal loopt) van 20 km p/u, rijdt dan thuis en op de wedstrijd 15 km per uur. De meeste paarden hebben een kruissnelheid van 16 km p/u, waarop dus 12 km p/u de beste gemiddelde rijtijd blijkt. Bijna overal ter weeld wordt dit voor de kortere afstanden als competatieve snelheid gehanteerd. Die 12 km p/u is dus doordacht uitgekiend.

Een jong paard kan nooit wedijveren met een ervaren paard. Misschien een of twee ritten, en dan is het gedaan.
Cash reed in 1994 8 keer de 160 km, waarbij hij in Den Haag wereldkampioen werd. In vele ritten moest Valery anderen voor laten gaan, maar van al die paarden is alleen nog haar paard over.
Een lange langzame weg, houdt jaren stand, een snelle carrière is ook net zo snel voorbij. Dit blijkt in praktijk altijd zo te zijn.

Valery rijdt een 160 km parcours, (zonder invloed van de concurrentie) in het paard zijn eigen snelheid (welke 3\4 van de kruissnelheid is) en met plezier. Meestal eindigen haar paarden in de top 10, omdat ze lekker lopen en niet geforceerd worden.
De twee die de EK in Rome reden, hadden alleen competitive ritten gereden en waren nog eigenlijk niet klaar voor het zware werk. Toch werden ze 11e en 12e! Ze reden 3\4 van hun snelheid, want ze werden niet gereden om te winnen. Ze herstelden zich telkens binnen 5 minuten. Dit benadrukt de invloed van de trainer c.q. ruiter.
De paarden waren vanaf juni datzelfde jaar getraind, en een kwam in juni zelfs ziek bij Valery aan. Gezien hun ervaring en prestaties zouden ze niet toegelaten worden op het WK. Valery mocht wel op het EK starten, omdat ze van zo ver kwam en omdat ze zelf zo goed had gepresteerd. (De paarden waren 9 en 11 jaar oud))

* Fase 3: Advanced training techniek.

Training voor ervaren paarden die al jaren de 100 milers (160 km) rijden. De basis is afgerond, het paard is na het halen van de afstand, nu daadwerkelijk aan presteren toe gekomen. Deze training dient zeer voorzichtig gehanteerd te worden.

De hartslag wordt meer getraind op anaërobe vermogen d.m.v intervaltraining (an= zonder zuurstof). Dit kan bv door zwemmen (=onbelast bewegen, slechte zwaartekracht en veel druk op de longen. De hartslagmeter geeft valse informatie, door deze totaal andere trainingsbron. Het is slecht voor paarden met hartproblemen en heupproblemen maar goed voor paarden die meer spierkracht moeten ontwikkelen. Ideaal voor paarden met blessures die in conditie moeten blijven maar niet belast mogen worden op pezen e.d. Zwemmen is dus een complete, zware anaërobe training.
N.B.: paarden kunnen niet zwemmen dus de eerste keer goed uitkijken, en in ondiep water beginnen. (in Amerika zijn officiële paardenzwembaden.) Let op dat water niet in de longen terecht komt en koliek veroorzaakt.)

Op de renbaan kun je ook anaërobe trainen, maar gezien de enorme snelheid die ontwikkeld moet worden, is de risico van blessures hoog en dus in principe af te raden. Een renbaan is mooi om de beweging te trainen (mooi glad en vlak) maar niet de hartslag.
Wel een mooie sterke galop van 30?35 minuten lang (niet te hard!)

Een ideale hartslagtraining: berg op in galop of draf = 200 slagen per minuut, 2 minuten volhouden daarna stappen tot onder de 130.
Dan nogmaals herhalen. Na elke keer blijft de hartslag iets lager, wat dus de hersteltraining is. Dit is zeer risicovol werk, wat alleen zuiver professioneel gebruikt wordt bij zeer uitgegroeide, ervaren paarden, welke voorbereid worden om bv een WK te winnen.
Niet meer als eens per 2 weken oefenen, anders gaat er van alles kapot. Om het hart optimaal te laten werken, is steeds meer nodig.
Bovenstaande oefening is een meetsysteem om toppaarden te testen, waardoor de kans op winnen groter wordt.
Nogmaals: Meestal brengt het (te)veel risico met zich mee. Vermoeide paarden hebben veel meer kans op blessures.

Berg op en af blijft de beste training, welke varieert in hogere en lagere hartslagbelasting.

Je kunt nooit winnen als je niet eens aan de finish komt!
Dus snelheid is je allerlaatste probleem !!!
Door het paard te "pacen" (= sparen, in tempo terughouden), kan het enorm veel meer als je dacht. Valery had een paard welk niet meer als 80 km gelopen had. Ze reed een 24 uurs 100 miler in 21 uur met hem. Ze werd derde van het enorme veld, dat ten onder ging aan de snelheid, de warmte en de zware bodem.
Het paard kan zoveel meer, als je het maar spaart!
Valery rijdt niet zo (super)snel maar omdat ze zich niet laat leiden door ambitie en geen domme dingen doet, komt ze altijd toch wel vooraan binnen.

Een vraag aan Valery luidt: Tot hoe oud kun je blijven racen met de paarden?
Ze weet het niet, want ze gaan met pensioen als ze hun top bereikt hebben. Daarna is het voor Valery geen uitdaging meer. Soms gaan paarden niet met pensioen maar naar familie die op een lager niveau presteren. Voorbeeld is dat de wereldkampioen van 1994, Cash nu door haar dochter gereden wordt en Valery zelf weer een nieuw paard op wereldkampioenniveau had in 1996. (moeder en dochter haalden zilver en goud). Cash is nu 15 jaar en reed 28 100 milers.
Hij is nu op zijn best en rijdt op het moment van de clinic met Valery's dochter Danielle de race der kampioenen in Amerika. Champion of Champions). Ze hoopt hem in Dubai de WK 1998 te (laten) rijden. Als hij daar wereldkampioen wordt, dan heeft hij hetzelfde gepresteerd als Rio Grand Sultan van Becky Hart.

Vraag: Hoe train je voor meerdaagse wedstrijden?
Hetzelfde, alleen nog meer sparen en hem sterker laten worden. (In competitive rubrieken mag niet gegroomd worden.)

Valery vond Rome een 7 tot 8 (op schaal van 10) op de moeilijkheidsgraad. Het leek niet zwaar, maar het was loodzwaar dankzij het gesteente en de hitte. Als het een WK zou zijn, was er meer concurrentie en zou de snelheid ook veel hoger liggen. De Fransen voelden zich onbedreigd en dus lag het tempo relatief laag. Het heeft geen nut om koersen onderling te vergelijken.
In Den Haag 1994 reden veel Amerikanen voorin het veld. Dit was niet omdat ze zo hard reden. Het was de strategie om de polsslag op een veilig constant niveau te houden en dit ging zeer goed.

Vraag: Houdt Valery een winterrust periode?
Vroeger geloofde ze erin, maar nu blijkt het verloren tijd en lijkt het paard fit maar is het niet echt. Ze gaan wel lichter in training, maar ze gaan alleen in rust als ze een blessure hebben. In december werken ze nauwelijks ivm feestdagen. (een maal per week)

Valery werkt niet met bandages of hulpmiddelen om benen dun te houden. Je weet namelijk dan nooit hoe het paard zich werkelijk gehouden heeft.
Na de 160 km op zaterdag gaat het paard op woensdag weer licht aan het rijden. Wel krijgt hij alle vrije beweging in het veld. Hij gaat dan eerst weer beginnen op "pleasure" niveau en het weekend erop kan hij weer rustig aan het werk.
Valery rijdt elke 6 weken een 160 km rit met het paard. Ze wil alleen winnen als het paard het aanbiedt. Soms is het een belangrijke rit (kampioenschappen) en moet er gepresteerd worden. Die gaat ze dan echt rijden om te winnen. Alle voorbereiding moet dan ook optimaal zijn.
Zelf rijdt Valery 4 tot 10 160 km wedstrijden per jaar, op verschillende paarden.
In Amerika zijn zo'n 500 wedstrijden per jaar. Elk weekend kun je een 160?er rijden.

De ruiter moet zich niet laten leiden door stress en emotie en daardoor domme dingen gaan doen. Het paard is van nature een vluchtdier: Het hoofd gaat omhoog, de adrenaline vliegt omhoog en het paard raced weg. In de natuur is dat zijn redding. Hij is dan zeer gestresst en verliest snel energie. Dit willen we dus niet hebben in de endurance. (De term voor vluchten in de USA is: "He is fright en flight.")

Opgewonden paarden mogen de start niet zien. (Valery blijft met ze achter de trailer staan. Ze wacht vier minuten en start dan in alle rust in stap) Valery kan niet solo oefenen, want ze moet teveel paarden tegelijk trainen. Door later te starten leren zelfs de meest opgewonden paarden dat de wedstrijd niets is om je druk over te maken.

Laat niemand anders jouw tempo regelen: In een snelle groep wil je paard mee en loopt zich vervolgens stuk. Ga dus energie sparen en houdt controle over je tempo. Werk efficiënt, volg je strategie en laat je er niet van afbrengen. (denk aan je 75%)
Veel tijd wordt verloren in de Vetgate aan een slecht herstel. Kom kalm binnen, werk efficiënt en verlies geen onnodige tijd. Begin altijd met water drinken. Werk als een team, iedereen doet wat hij moet doen en iedereen werkt optimaal aan zijn afdeling. We koelen wel goed, maar vaak werkt de stress van het koelen, met veel personen die allen haast hebben, eerder averechts. Dat leidt tot het resultaat dat het paard zich helemaal niet onspant. We koelen op alle plaatsen, maar let wel op de plaatsen die onrust veroorzaken (bv. het hoofd) , koel niet als het te koud wordt. Dit heeft geen nut en het paard koelt zo veel af dat het eronder lijdt ipv ervan opknapt! Denk erover wat je doet. Koel niet als hij al koud is. Warme doeken werken beter als het paard rillerig wordt. Altijd je hersens gebruiken! Niet alles is altijd goed.

Elektrolyte gebruikt Valery vooral voor de jonge paarden, die erom vechten.("bukee" van Performe & Win) De oudere paarden hebben er niet zo een behoefte aan, behalve op warme wedstrijden (plusminus 60 gram elke 30 km)


Geheimen om de hartslag naar beneden te krijgen, begint bij een goede training, het hoofd rustig, laag houden. Eigenlijk kun je niet zoveel doen. Rust en kalmte om het paard in de vetgate. Soms helpt een dubbele dosis elektrolyte in een extreme situatie. Kijk goed hoe anderen het doen!

Alle sportpaarden in Amerika hebben snel last van "Joint? deceases" (gewrichtspijn) en de "Cosequin" helpt daartegen. Dit is een natuurlijk middel om skelet, hart, longen en spieren te ontwikkelen, dmv vocht in de ligamenten vast te houden. In Nederland is dat vergelijkbaar met "BioS". Door dit produkt kan het paard op oudere leeftijd door presteren.
Valery gebruikt het zelf ook voor haar enkel, die vol schroeven en platen zit. Ze heeft er daardoor geen last van.

Vraag: Leert Valery haar paarden achter te blijven in de training?
Ze leert ze in allerlei posities te lopen, voorop, achteraan, etc. Jonge paarden mogen voorlopig rustig ergens achteraan hobbelen tot ze voldoende zelfvertrouwen hebben opgebouwd.

Citaten:

"De endurancesport bestaat uit miljoenen voetstappen"

"Ga eens hardlopen op verschillende schoenen en voel aan je enkels, wat een paard voelt bij een standverandering tgv opnieuw beslaan"

"Train en rijdt wedstrijden altijd op 75% van de kruissnelheid"

"Je kunt niet winnen, als je de finish niet haalt. Snelheid is dus altijd je laatste probleem"

"Wees trots op je zelf, hou van je paard en je sport. Voel je goed en doe waar je achter staat"

"Wie je ook bent als persoon; het wordt nimmer bepaalt door je plaats op de eindranglijst!"

"De weg naar de top is als het roeien stroomopwaarts; Je kano moet
sterk zijn, je peddels in orde en je moet al je kracht gebruiken om tegen de stroom in te peddelen!

De Amerikanen gebruiken graag dit soort regels als ondersteuning in de zware weg naar de top. Het moet gezien worden als een soort "peptalk".

terug

.