QATAR 5

HOOFDSTUK 5: THE WORLD CUP

VRIJDAG 28 NOVEMBER, DE DAG!!!

04.00 Uur: Opstaan en slaapwandelend paarden voeren. Paard is wakker en zoals gebruikelijk: Hongerig. Wij alleen koffie.
06.00 Uur: Zadelen, alles klaarmaken, alles checken en rechecken.
06.30 Uur: Te paard naar de start, losrijden.
07.00 Uur: Iedereen wacht op het startsignaal. Heel veel camera's overal. Er vliegt een helikopter door de lucht en heel Doha komt kijken. Alle landen dragen hun kleuren. De Nederlanders vallen wel op met hun oranje polo's en hun rood-wit-blauwe helm. Jammer dat de grote rugnummers bijna alles bedekken. Alleen mouwen en kraag zie je nog. Naast het parcours, wat 25 km rechtuit in een grote lus is, staan zeker driehonderd vuile en splinternieuwe Jeeps die allemaal de race naast het parcours gaan volgen. Net als bij de kamelen. Door de luidspreker wordt men tweetalig van alles op de hoogte gehouden. De grootste endurancerace allertijden staat op punt te beginnen...
07.05 Uur: H.E.Al Kuwari zwaait met de vlag en de voorste ruiters knallen weg. Veel Duitsers en op sensatie beluste Qatari (waarvan zich er 14 in het rijdersveld bevinden) blijven lang voorop. Fokeline en ik sluiten de rij. We willen een langzamere start, zodat de paarden niet al na 10 km de pijp al leeg hebben. In het gebruikelijke halsterhoofdstel, heb toch maar de stang erbij gehangen en rij ik met twee teugels. De eerste twee kilometers gaan lekker. Een pittig drafje, een vrolijk kopje erop, geen enkele moeite met het zand. Hier is het parcours betrekkelijk licht. Net als ik me afvraag waarom ik eigenlijk een stang heb meegenomen, voel ik dat mijn paard geleidelijk aan en stiekem steeds harder aan het lopen is. Het pittig drafje gaat sneller dan de handgalopje van de Arabische paardjes. Is het de kick van het inhalen? Ik sommeer mijn paard langzamer te gaan en ze wordt woest. De teugels, ook die van de stang, worden driftig uit mijn handen getrokken, een explosiekracht barst onder mij los. We gaan er als een speer vandoor en ik heb niets meer in te brengen. Het bordje tien kilometer staat schijnbaar pal na het bordje vijf kilometer. In deze racepartij heb ik twee maal koel water aangenomen en ook dat was verkeerd: Iedere koeling was de aanleiding tot nog hogere snelheden. Net voorbij de tien kilometer heb ik het gehad. Ik maak mijn paard uit voor alles wat niet mooi meer is, ram er bijna een paar tanden uit en eindelijk, eindelijk is de muiterij voorbij. Het zweet gutst aan alle kanten, ze ademt zeker tweehonderd maal per minuut, brult een paar keer en geeft zich over. Ik stap een paar minuten, onder luid protest overigens. Bij elke ruiter die voorbij komt moet ik onverbiddelijk al mijn overwicht in de strijd gooien. Verlangend kijkt ze naar de horizon. Ze wil vooruit! Ik besef hoe sterk ze is, hoe hard ze kan, hoe gemotiveerd ze is. Maar ook, dat als ik haar de kans geef, ze zich waarschijnlijk dood loopt. Na tien minuten is ze droog en ze ademt ook niet meer zo snel. Drafje dan maar weer. Dat gaat lekker. Stabiel baant mijn dravertje zich een baan door het nu steeds zwaarder wordende zand. In zwaar zand is het beter te galopperen dan te draven. Als ze een galopje aankondigt, geef ik toe. Dat gaat maar eventjes goed. Ze wordt overmoedig en vliegt weer weg. Dit wordt niks. Ik ben wanhopig. Zó kan je een race onmogelijk uitrijden. Ik ben kapot van het trekken. Blaren op mijn vingers. Ze gooit met haar hoofd en brult woest naar alles wat voorbij durft te komen. Op twintig kilometer vind ik Fokeline terug en beide paarden lopen gezamenlijk een rustig tempo. Khairat moet te snel draven en gaat liever in galop. Dàt is het signaal voor Touch om te gaan jakkeren. Nee, niet weer. Ik wordt opnieuw boos. Fokeline rijdt verder. Ik wil stappen, anders redden we het echt niet. Na elke honderd meter stap, volgt er weer een racepartij. In de verte zie ik de vetgate. Het zand is hier kogeldiep, maar dat schijnt mevrouw totaal niet te hinderen in haar driftig geloop. Integendeel, het zand, de vlaktes, de wijd open ruimte aan alle kanten, schijnen haar enorm te inspireren. Als ze beter onder controle was, zou ze dit parcours met weinig moeite kunnen uitlopen. Voor vandaag zie ik dat niet meer gebeuren en ik bereid me voor dat bij de lijn van Vetgate 1, voor ons de race afgelopen zal zijn. Ik kan wel janken. Mijn zo rustig paardje is een renmonster. Ze moet nog zo veel leren! Ik spring er af en ga er naast lopen. Dat valt niet tegen. Het zand loopt in mijn schoenen, die in het zand verdwijnen. De ruime passen van het nog steeds boze paard kan ik niet bijhouden. Ik moet rennen om haar stap bij te kunnen houden! Ze snukt steeds de leidsels uit mijn handen, die ik krampachtig vasthoud. Ik mag haar onder geen voorwaarde loslaten, want ze zet het op een lopen. Het hele paard staat in de startblokken maar vanaf de grond kan ik haar redelijk onder controle houden. Met een knal rood hoofd, strompel ik over de lijn. In stap hebben we alle andere stappende paarden ingehaald. Miranda wacht me op en samen beginnen we aan de onmogelijke taak om de hartslag onder de 60 te krijgen. De gebruikelijke 64 is verscherpt, om twijfelaars er uit te halen. Op de vetgate loopt het paard gewoon door. We kunnen ons koelwerk niet goed uitvoeren, want we hebben onze handen vol om haar vast te houden. Ze schreeuwt naar alles en iedereen, loopt emmers water en voer om, valt over een stoel, trapt nét niet op een Braziliaans zadel; kortom: De chaos is compleet. Zowel Miranda als ik voelen geweldig de aandrang om haar eens helemaal door elkaar te rammelen. We weten dat ze daardoor alleen maar meer nerveuzer wordt en beheersen ons. Als na 29 minuten de hartslagmeter wappert tussen 80 en 120, begeef ik me naar de In Time. Einde verhaal. De race is afgelopen. Ik hou me groot. Ik huil niet. Mijn hart is verscheurd. Waarom, waarom, waarom, pikt Touch dit evenement uit om eens helemaal uit haar dak te gaan? Ik had alles verwacht maar dit niet dit!
Ik bied aan en blijf lachen. "Sorry, she's angry." Het buitengewoon fitte, hyperaktieve paard laat zich niet zomaar keuren. Dr Jens rent met zijn stethoscoop achter haar aan en twee veterinaire assistenten komen me helpen het paard vast te houden. Jens vraagt of ik mijn hele half uur recoveringstijd gebruikt heb? Helaas ja, anders kwam ik zo niet aanbieden. Met spijt constateert hij dat 120 hartslag de nekslag geeft. Tevens is hij onder de indruk van de motivatie die het paard uitstraalt. We moeten nog wel draven. Uitgelaten vliegt de merrie over de baan. Ik moet echt zo hard als ik kan rennen om haar bij te houden. De ridge way trot geeft een herstel aan van 40! Ze heeft nu 80 pols. Als ze ook maar mag lopen, haar zin krijgt, dan zakt de pols wel. Heel de veterinaire commissie heeft medelijden met mij. Wat algemene indruk betreft, is mijn paard een van de betere. Er hangen nu al paarden aan het infuus. Voornamelijk arabieren, die een race reden i.p.v. endurance. Alles wat afgekeurd is, moet naar de treatment area. Er wordt met dit concours geen enkel risico genomen. Er mag niets fout gaan. Preventief gaan paarden aan 't infuus of krijgen electolyte. Van alle paarden worden bloedtesten genomen en met hypermoderne (en dure) apparatuur, is na vijf minuten de uitslag bekend. Mijn bloed is voortreffelijk. De veterinair vertouwt het toch niet en wil haar verder onderzoeken. Ze moet ergens zo maf van geworden zijn. Zonnesteek? Er valt niets te keuren, want La grand dame der mislukte endurance weigert pertinent stil te staan. Als een volleert dressuurpaard, demonstreert ze een stabiele piaffe en prachtige levades. Ze wordt platgespoten. Zelfs daarna dramt ze door. Een tweede portie kalmering is teveel risico en dus komt de praam. Die vindt ze doodeng en nu wil ze allen nog maar weg. Met praam, drie mensen die haar vast houden én de kalmerings injectie, wordt ze onderzocht. Darmgeluiden oké, niet uitgedroogd, hartslag blijft hoog maar wel goed regelmatig, turgor goed. Het paard is volkomen gezond en wordt nu beticht van "nervous breakdown". Stress. We mogen naar de stal en ik moet haar nog twee uur observeren. Verslagen wandel ik het terrein af. Voor we vertrokken heeft ze nog een via een neuszonde een emmer electrolyte en vitamine binnen gekregen. "Just in case". In zo'n opgewonden toestand, met zo'n warm weer kun je niet voorzichtig genoeg zijn. Achter mij wapperen de vlaggen, is er muziek, is er drukte. Voor ons is het stil. We horen er niet meer bij. Het is over, afgelopen uit. Pas in de stal wordt ze rustig. Haar Noorse buurvrouw is er ook, afgekeurd (darmgeluid te weinig) en samen knabbelen ze van het hooi alsof er nooit een World Cup heeft plaatsgevonden.
Het leven is hard. Je reist duizenden kilometers om 25 kilometer te rijden met een dolle koe. Op de vetgate had ik een term tegen iedereen uitgesproken: "This is always better than dying in the dessert". Oké, de race is voorbij maar er zijn géén klappen gevallen. Ik zit niet in het infuusleger, het paard is helemaal gezond en we zijn er toch maar geweest, op die World Cup. Dus eigenlijk moet ik niet zeuren. Ik verlaat mijn paard na enige tijd met een gerust hart en ga terug naar de race...als groom!
Terug naar de vlaggen, de race, het spektakel. Ik heb altijd gezegd, als mijn paard eet, is ze oké. Met de gretigheid waarmee ze de halve kilo haver opat, valt alle ongerustheid van me af. Op de vetgate (zelfde plaats als start en finish), is Fokeline nog niet terug van haar tweede ronde. Het is nu warm, benauwd en drukkend weer. Gelukkig dat ene windje helpt. Op de vetgate is het een drukte van jewelste. Veel bedrijvigheid in het Duitse kamp, die zeer professioneel te werk gaan. Veel geëmmer in het Kuwaiti kamp, die ontzettend onozel te werk gaan. De eigenaar, een sjeik, knuffelt zijn paard, wat dampend en hijgend zijn witte jurk bevlekt. Ruiter en groom kijken toe. Dan vragen ze aan ons voer (niet aan gedacht), onze stethoscoop (vergeten) en koelen kennen ze niet. Hoe zijn ze in hemelsnaam die eerste vetgate doorgekomen? Bij de tweede komen ze óók nog door. Wat een paard, wat een grandioze hengst! Daar komt Fokeline, aangekondigd door twee verhitte grooms. Het is nu bloedje heet. In de verte komt een vrolijke Khairat aangewandeld. Niet gehinderd door het zand of de zon. Hij vindt het allemaal wel interessant. Sjeik Khairat maakt zijn "appearance" en stapt koninklijk over de vijftig kilometer lijn. In no time wijst de hartslagmeter 45 aan en gaan de dames Dingemans zenuwachtig naar de keuring. De eerste vetgate was een drama, vertelde Miranda. De Deen had de darmgeluiden te weinig gevonden en ze hadden een keer terug moeten komen. Met de strengheid van keuren, valt hier niet te spotten. Zelfs elke twijfelaar wordt er uitgehaald, dus reden voor zenuwen genoeg. Gelukkig is nu wel alles gelijk goed. Dit vreet zenuwen.
Khairat drinkt, eet, bemoeit zich even baldadig met zijn Kuwaitse buurman en laat alle verzorging en verwenning zich welvallen. "Sjeik Khairat is here. Back in his originale roots". Vrolijk begint het Hollandse team, een ruiter minder, een groom meer, aan de derde etappe. Voorop rijdt Alexandler Stadler met Al Hara, een veel te kleine Arabier voor de 2 meter grote Alex. De taaie tengere merrie gaat volgens zeggen als een trein. Een half uur verder ligt Tareq Taher, de KSA met zijn vosruin Nanouk en nog wat Duitsers, Spanjaarden en Italianen. De meeste Qatari hebben de strijd moeten staken. De UAE zijn behoorlijk uitgedund en van de KSA is alleen Tareq nog over. We volgen Fokeline. Khairat neemt de tijd voor zijn emmertje water en zijn appeltje en laat de wereld aan hem voorbij gaan. Hij maakt zijn eigen race en laat zich niets wijs maken. Een Jordanische ruiter wordt gevolgd door maar liefs negen (!) Volgwagens. Slechts uit één wagen stapt een klein mannetje, die het paard water geeft. In de mooiste wagen zit prinses Haya, die haar neef volgt. Verder bodygards van beide hoogheden en politie. De koninklijke stallen zijn uit rijden. De kleine ruiter, in de startlijst omschreven als H.E. Mohamed El Salen ziet er eerder ruig, dan koninklijk uit. Julie Maden ligt lang in 6de positie, maar op vetgate 3 valt voor haar het doek en hangt Bengal aan het infuus. Ook het Spaanse paard Opel heeft het wel gehad. Die blijft 24 uur ter observatie. Hard rijden blijft hier een onverantwoord risico. Gelukkig zijn de controles zeer streng en dode paarden zullen hier niet vallen. Dat was in maart '97 wel anders in de Dessert marathon. Daar explodeerde een hart van het in tweede positie liggende Qataripaard. Het Belgische paard Tascha stierf pas thuis aan de race en vele staan nu nog op rust. Daarom valt hier zo weinig te winnen en zoveel te verliezen. Er moet een nieuwe reputatie opgebouwd worden. Dat lukt prima. De marathon,(42 Km, de winnaar rijdt dat binnen het uur = meer dan 40 km p/uur) of de Word Cup,(hardste snelheid nog geen 15 km p/uur) kun je niet vergelijken. Bovendien heeft de FEI er de strengste regels en de beste mensen opgezet.
Fokeline komt aan op vetgate 3. Khairat heeft er weinig moeite mee en Fokeline geen haast. Geen problemen bij de veterinair. Als Fokeline na 30 minuten pauze weer vertrekt, zien we op terugweg van dat traject, (richting finish) de camerahelikopter en stof van de auto's. We betreuren dat we de finish niet zullen meemaken maar Fokeline en Khairat gaan nu even voor. Bij het vervolgen van onze route, zien we op "hun" route, twee stipjes. Het moeten Alexander en Tareq zijn.
Fokeline komt aan op vetgate vier, nog maar acht km van de finish verwijdert. Het is inmiddels donker. De verlichting bestaat uit een Jeep, die het koplampenlicht over de drafbaan schijnt. Er staat een Qataripaard aan het infuus. We vragen ons af, aangezien de woestijn hier zo zwaar is en er géén wegen lopen, hoe dat paard naar huis komt. Hij moet die nacht schijnbaar daar blijven en 's morgens aan de hand teruggevoerd worden. Dit kunnen we ons niet voorstellen maar eerlijk is eerlijk: er is geen trailer de woestijn ingegaan. Op de vetgate, waar Khairat moeiteloos doorheen komt, horen we dat de winnaar officieel nog niet bekend is. Het is Alex of Tareq, de definitieve uitslag wacht op de finishfoto. We denken aan een spectaculaire eindsprint doch niets is minder waar: Ze gingen hand in hand!
De laatste acht kilometer rijden we achter Fokeline aan en verlichten haar weg. De laatste 500 meter rijden we weg. Fokeline vertrouwt op haar helmlamp, die redelijk goed de weg vóór haar verlicht. Op de finish wachten we gespannen met Taun, onze chef d'equipe die was overgevlogen, Frans, de Nederlandse dierenarts die als wedstrijdveterinair dienst had en de twee Belgische grooms, Frieda en Marcel. In de verte zien we het lichtje van Fokelines helmlampje. Een frisse Khairat en een opgeluchte Fokeline overwinnen de laatste meters en iedereen juicht en is gelukkig! We vliegen paard en ruiter om de nek en worden gek van blijdschap. Dat is het mooie van de sport: ook al kom je niet rond, je voelt dezelfde vreugde als je collega; De strijd is zwaar maar geeft zoveel voldoening. Zowel ruiter als alle betrokkenen delen in het geluk. Zelfs het paard straalt. Is hij blij dat, hij "thuis" is, of voelt hij de ontspanning van zijn amazone? Volgens mij zijn ook de paarden trots op de prestatie en delen zij in de voldane gevoels.
Het is nog even spannend, want het slotakkoord moet nog vallen: De eindkeuring. Aangezien het de Maastrichtse amazone al twee maal overkomen is dat haar paard nà de finish nog afgekeurd werd, zijn moeder en dochter zenuwachtiger dan de hele dag ervoor. Het is gelukkig nergens voor nodig en Khairat slaagt met vlag en wimpel. Nu is de feestvreugde pas echt compleet.
We horen van de strop van de Duitse ruiter Frans Brück, die met zijn tophengst Seoul als vierde binnenkwam, wegens de-hydratatie (uitdroging) niet goedgekeurd werd en nu (preventief) aan het infuus hangt. Ondanks de overige Duitse prestaties, zijn de hoefsmid en teamdierenarts teleurgesteld. Het Duitse teamgoud verdwijnt, een prachtige vierde plaats verloren en één 'swerelds beste paarden in een minder prettige positie. Geluk en pech liggen naast elkaar, op één vingerknip van elkaar verwijderd. Melanie Arnould (Duitsland) wordt met het paard van Andreas Zwicht achtste. Daar zijn we heel blij mee, aangezien Kiew uit dezelfde bloed lijn komt als onze nieuwste aankoop. (De arabier, die tot nu toe nog geen wedstrijdnaam had, wordt bij deze gelegenheid gedoopt in "Touch of Tareq"). Kiew is een Kilimanjaro, van Russische afkomst. Wie de winnaar geworden is, is nog steeds niet duidelijk. Moe laden we alle spullen uit de vetgate in de auto. Zoveel! En zo vies. Alles zit vol zand of is nat. We willen nog maar één ding: Slapen. Het was een lange, enerverende dag, die nu langzaam ten einde is gekomen. Met Touch gaan we nog een wandeling maken. Die is oké! Lastig sleurt ze haar groom het terrein over op zoek naar iets eetbaars. Khairat vindt dat we hem nu wel met rust kunnen laten. Het getuttel vindt hij niet leuk meer en hij wil ongestoord eten. Hij is niet stijf en heeft niets geleden. Vanavond slaap ik aan zee. Het bankje sleur ik de tuin in, het beddengoed gooi ik erop. Boven mij de sterren, voor me de zee, achter me slaapt Miranda reeds en om me heen sluipen schuw de mooiste poezen ter wereld.
Na de hectische dag, dompel ik weg in een oase van rust. Het is net alsof deze dag niet heeft plaatsgevonden. De tranen, de vreugde, de vermoeidheid, alles vergeten in een diepe slaap....

naar hoofdstuk 6

terug

.