QATAR 2

HOOFDSTUK 2: DE HEENREIS

VRIJDAG 21 NOVEMBER.

Het is zover, kist ingepakt (ging niet dicht), koffer ingepakt (ging ook niet dicht, vanwege de drie paarden dekens die tóch nog mee moeten), tassen klaar voor onderweg. Paard inladen en om 9.15 vertrek ik heel alleen. Om 11.00 moet ik mijn groom Miranda ophalen bij de douane op Maastricht Airport, alwaar we ook de laatste berg papieren afhandelen. Om 11.30 vertrekken we via Aken, Keulen en Koblenz naar Frankfurt Airport. Daar komen we om 16.30 aan. Wachten. 18.00 koffers en kisten laden. Wachten. 19.00 papieren (ja, de héle stapel) en het FEI paardenpaspoort afgeven. Wachten. Wachten. Wachten. We horen de verhalen van de andere

n: "Er zou speciaal voor ons een paardenhotel gebouwd zijn. Luxer dan het Sheridon, waar de ruiters vorig jaar sliepen. (Daar moest telkens 30km gereisd worden om bij de paarden te komen.) Zoals de Qataris het vorig jaar vertelden, en hoe wij het nu van Alexander Stadler te horen krijgen, moet het té mooi om waar te zijn - zijn."
"Er gaan geen Franse ruiters mee, die boycotten het evenement omdat het te kort zou zijn. De 100 i.p.v. de gebruikelijke 160km zou de snelheid teveel opdrijven en de paarden de dood in jagen. Toch staan er tien fransen paarden klaar. Hoe dat dan kan? Na twee uur horen we de absurde reden: de Qataris hebben zelf géén paarden voor deze afstand (hun gebruikelijke "Desert Marathon" bedraagt "slechts" 42km en voor 100km zijn de paarden niet gefokt en getraind. De paarden worden dus in Frankrijk geleast en wat goed genoeg is, blijft in Qatar en wordt verkocht. Handel is handel. Tijdens het wachten zien we pinguïns, die bijgevoerd worden voor (of na?) hun vlucht. Ik realiseer me dat dit de eerste keer is dat ik een pinguïn in levende lijve zie. Ze zijn veel kleiner dan op TV, maar misschien zijn ze nog jong.
Het paard slaapt. Tijdens het wachten (16.30 - 23.30 = 7 uur) hebben we de veewagen verbouwd tot box. Bij het verbouwen van de bijna 20-jarige Renault, hebben we de inrichting zo gemaakt dat met één simpele handeling de ruimte veranderd tot één ruim vak van 3x2 m. Voor dit soort "wachttijden", die helaas vaker voorkomen, een ideale oplossing. De Engelse-Belgische Julie Maden, moppert over het lange wachten.
Uit liefde voor haar paard huurt ze terplekke een quarantaine-box voor D.M. 150. Miranda en ik kijken elkaar aan. "Ideaal, zo'n veewagen", herhalen we tegelijk.
Om 23.00 begint er schot in te komen. We gaan nog even met het paard wandelen en dan is het: richting vliegtuig. In een lange stoet rijdt heel Europa achter elkaar. Voor ons de Spanjaarden, achter ons de Italianen. Het laden van de paarden gaat per 3 tegelijk in een containerbox. Hier en daar zijn onrustige en soms boze paarden, maar de meeste gaan erin alsof het hun dagelijkse werk is. Mijn paard gaat er aanvankelijk goed in, maar stoot iets en raakt in paniek. De vakken zijn 70 cm breed en er hangen ook nog kussens in. De Stuart's zijn geduldig en wachten tot ze de moed weer gevonden hebben. Ze probeert het nog eens en ze staat erin. De eerste 10 minuten vindt ze het doodeng. Daarna ontdekt ze dat het eten van haar buurman kan stelen en vergeet ze heel het tumult. Mijn groom neemt afscheid. Die gaat pas morgen. Cun Karlson en haar man blijven bij Miranda in onze veewagen slapen. Inmiddels is het 01.00 uur geworden.
We worden als geheel gewogen. Alle bagage wordt gecheckt. Daarna moeten we door een metaaldetector. Hij piept: mijn zakmes is de boosdoener. Daarna ga ik bij het paard in de box zitten. Op een klapstoeltje in de hoek. In een ruimte van 3 meter bij 2.20 staan 3 paarden en zit ik. De box is van heel dik aluminium en voor de borst hangt een (vang)net. Aan alle kanten is de box open en dus luchtig.
Bijna 02.00 uur. Op gammele karretjes hobbelen we langzaam over het vliegveld naar de Lufthansa Cargo Airoplane. Het is mistig en het gelige licht van lantaarns geeft alles een mysterieus tintje. Het is nu koud. Gelukkig hebben we de paarden nog niet geschoren en hebben ze een deken op. Mijn luchtige zomerjas is nauwelijks warm genoeg maar je gaat toch niet in je winterjas naar de woestijn? Inmiddels hebben mijn paard en haar buurman een compromis gesloten: ze eten uitsluitend nog alleen elkaars hooi, want dat is natuurlijk veel lekkerder!
2.30: De grote ingang in de buik van de Boeing 747 staat gapend op ons te wachten. Gapen doen we trouwens zelf ook al. Ik verlang naar mijn sprookjeshotel, op een hagelwit strand aan een azuurblauwe zee. Voorlopig vernikkel ik van de kou. Hoe moet ik ooit weer wennen aan deze temperatuur, als ik na 10 dagen aan de zon gewend ben?
2.45: We stijgen op. Nee niet met het vliegtuig, alleen de box. Op een soort platte hijskraan gaan we naar boven, tot voor de ingang van het immens grote vrachtvliegtuig. Ik zit alleen (met 3 paarden) en geniet van alles om me heen: het uitzicht, de bedrijvigheid, de paarden, - die nu niet angstig zijn maar nieuwsgierig. Alles schuift over wielen. Van de aanhangers, op de hijskraan, van de hijskraan, zo het vliegtuig in. En dan schuift alles op zijn plaats, 7 containers lang, 2 containers breed, zolang de box schuift, zijn de paarden ongerust. Dat wordt nog erger als de 2de rij ernaast schuift. Het snerpende geluid en het gerammel zijn vreemd en onherkenbaar. Als eenmaal alles staat, is het weer rustig. Alles eet en doezelt. Boven in de Boeing is de cockpit (waar we zo bij kunnen komen zitten) en een aantal luxe stoelen. Het is daar aangenaam warm en alle stoelen zijn reeds bezet. Onder, achter de containers zijn nog eens 36 zitplaatsen (op pallets) geplaatst. Beneden is het onvoorstelbaar, niet te harden zo koud. Het waait aan alle kanten en de dekens blijven maar aanrukken. Als we eenmaal starten wordt dat nog veel erger.
De paarden hebben het lekker warm. Tijdens het opstijgen moeten we verplicht gefast in The Seatbells zitten. De paarden horen we niet. "Die zijn teveel onder de indruk". Zegt Alexandra. Ze is de dochter en groom van de andere Nederlandse ruiter: Fokeline Dingemans. Hun paard, Khairat is niet als hengst te herkennen. De volbloed Arabier is buitengewoon rustig. Ik geloof dat we hoofdzakelijk Arabieren aan boord hebben. Mijn draver valt qua ras erg uit de toon. We hebben straks flink wat te bewijzen tegen die zand- en zonpaarden.
3.15 We stijgen dus op. We zitten op de eerste rij, van de geïmproviseerde passagiersstoelen. Voor ons lijken de containers op ons af te komen. In paniek realiseer ik me, dat als die dingen niet goed vastzitten, wij de eerste zullen zijn die erdoor geplet worden. Als ik verder om me heen kijk, bekruipt me de angst nog meer. De binnenzijde van het vliegtuig is niet afgewerkt, zoals in een passagiersvliegtuig. Het doet nog het meeste denken aan een caravan, waar de voering van gesloopt is. Waar je ook kijkt, overal lopen leidingen en kabels. Alles open en bloot. De mededelingen omtrent de zuurstofmaskers en nooduitgangen even van tevoren, maakten het al niet makkelijker. Behalve het oorverdovend lawaai (oordopjes in), wordt nu ook de kou onverdraaglijk. Mijn vingers vriezen en ik wilde dat ik mijn wanten had meegenomen. De paarden hebben het gelukkig niet moeilijk. Touch of Tenderness eet graag de appeltjes, die ze krijgt om goed te slikken. Ook paarden krijgen verstopte oren.
Ja hoor, luchtzak. Net alsof de lift plots 6 verdiepingen tegelijk zakt. De paarden staan net als in de veewagen. Ze staan nog steeds elkaars voer te jatten. Heerlijk, wat een kwajongens,
6.00, Althans op onze horloge. Die van de piloot wijst 5.25 aan maar die staat dan ook op de greenwich tijd. We mogen allemaal om de beurt in de cockpit. De piloten zijn alleraardigst en leggen alles uit. We vliegen zo'n 900 kilometer per uur (1000 km is zo snel als het geluid en daar zitten we maar 10% onder...). We vliegen nu boven Turkije op zo'n 11 km hoogte (!).
Het is buiten -55 graden Celsius. Dus ook al is het binnen koud, het is nog altijd beter dan buiten.
Touch wil niet drinken, eet wel wat appeltjes. Ze wordt chagrijnig. In de box is het wel lekker warm en ik slaap daar maar even op het klapstoeltje.
??.00 uur. Alle idee voor tijd kwijt en niemands horloge klopt nog dus vragen heeft geen zin. Zojuist de derde maaltijd (in 5 uur) gekregen. Veel te veel gegeten maar wel lekker. Zalm, biefstuk, allerlei zoete wafeltjes. Veel te lekker. Ik ben vast aangekomen. Onder ons is zand, al een half uur lang. Als we hier een noodlanding zouden moeten maken, weet ik niet wat erger is, zee of zand. Hier en daar zien we wel wat leven, maar het is schaars. Zojuist zagen we grote cirkels, wel 30 stuks. Aan de gebouwen erbij vergeleken, moeten de cirkels tussen 300 en 800 meter groot zijn. Geen idee wat het is. Ik dacht eerst een waterzuiveringsinstallatie, maar er is hier geen water. Verder zag het er droog uit. Een nieuwe, onbekende wereld gaat voor ons open. De stewardess meldt dat het 18 graden is. Het voelt alleen koud aan, omdat de ventilator (die de lucht ververst voor paard en mens) zo hard waait. Onze vlag die we chauvinistisch aan ons kastje hadden gehangen, waait gedurende de hele vlucht alsof hij buiten hangt. Ik krijg een stijve nek en moet er niet aan denken hoe het paard zich voelt. In zijn minimale parkeerplaats is ruim bewegen onmogelijk. Misschien is het goed dat ze krap staat, want iedereen loopt hier door het vliegtuig alsof hij straalbezopen is, dus een paard in een ruime cabine zou onherroepelijk omvallen. Nu kan ze ontspannen overal tegen hangen, zonder het evenwicht kwijt te raken. Oeps... een luchtzak! . De stewardessen, het luxe eten en drinken, past totaal niet in de omgeving. We zitten in een vrachtvliegtuig maar dan met Royal First Class Service. De nette uniformen worden bedekt met dikke winterjassen ook voor het personeel is het een ongewone vlucht.
We vliegen nu pal boven een ondiepe zee met een prachtige structuur. (Coraal??). Nog even, dan zit de eerste vlucht erop. De kou uit, de zon in.
11.25, Qatar-tijd. Een kalme landing. Paarden bleven rustig. De enige die zo nu en dan een brul geeft is natuurlijk de mijne. Ze is altijd al rumoerig dus dit is normaal. We mogen niet bij het uitladen blijven. Met alle ruiters worden we per bus naar de grote hal van Doha Airport gevoerd. Daar leveren we alle passen in en wachten. De kleding en de muziek is zó anders. Op alle wachtafdelingen zijn mannen en vrouwen gescheiden. (Alleen de ruiters zitten door elkaar.) De mannen zijn gekleed in lang, smetteloos wit. De vrouwen zijn of zwart of fel gekleurd, luchtig gekleed. We wachten. Buiten lopen geüniformeerde soldaten met grote karabijnen. Het is warm maar niet heet. De temperatuur is prettig. Het ruitergezelschap is erg gemengd. Van blonde Zweden, tot donkere Spanjaarden. Natuurlijk weer één lastige Fransman, die meent dat hij grappig is en indruk maakt op ons, de vrouwen. Een Duitse ruiter is helemaal "John Wayne", Cowboyboots (maar dan ook echte!), een hoed, sliertjes jas, met eronder een sliertjes bodywarmer en een houthakkersbloes. Het ziet er niet uit. Ik heb zelf ook een hoed: Een "Indiana Jones" hoed. Ik heb natuurlijk weer mijn zonnebril vergeten.
Wachten. Al een uur. We hebben inmiddels allemaal een visa en nu wachten we op de bus terug. De paarden mogen niet van het vliegtuig af, voor wij weer terug zijn. Gelukkig hebben ze aldaar airco en verzorgt de chief Stewart ze goed. Toch wil iedereen maar één ding: naar zijn paard, paard eraf en verzorgen. Daarna wil iedereen graag in bad en slapen, want daarvan is afgelopen nacht niets gekomen.
De fel gekleurde dames zijn niet van Doha maar uit India of Pakistan. Dus de Qatarischen zijn zwart en gesluierd. Sommige hebben zelfs een leren masker, wat alleen ogen en de mond open laat. Enkelen hebben zelfs een zwarte doek over het hele gezicht. Heel griezelig. Kleine jongetjes zien eruit als de grote mannen. Witte jurken en slippers/sandalen. Ik heb mijn eerste overtreding gemaakt, doch Allah (of-zo) heeft het me vergeven: Ik maakte een foto van de welkomsbalie van de World Cup. Foto's maken mag hier niet. Wat zullen ze denken: Domme buitenlanders? De telefoon (mobiele) werkt hier op Qat-Qatarnet. Jawel, verbinding! Ik krijg echter alleen een niet te verstane juffrouw aan de lijn, die me zegt dat 't nummer niet bestaat. Waarschijnlijk is de toegangscode naar het buitenland hier anders. Mijn toeristenboekje "Qatar" natuurlijk weer in het vliegtuig laten liggen. De Fransman komt ons weer vervelen. Hij kan geen Engels en wij weigeren überhaupt iets frans te zeggen (uit principe!) Ik vertel hem dat hij maar Engels moet Leren, dat moesten wij ook. Maar ook dat verstaat hij niet. De kruiwagentjes zijn bedekt met Amerikaanse reclame: Pizza Hut, American Fried Chicken, etc. Overal hangen foto's en stickers van sjeik's en zo. Op de poster staat achter de naam van de sjeik, die het spul heeft georganiseerd: moge god hem behouden. De vliegen zijn hier net zo irritant als bij ons in de herfst. Zouden ze met ons meegevlogen zijn? Wachten. Twee uur al. Eef Schreurs probeert de paarden terug te krijgen. De veterinairen maken zich ongerust over de conditie van de dieren, die veelal ongeschoren en met een dek op nu in de 40 graden op ons wachten. De sfeer is moordend. Iedereen is bang voor wat de paarden nù meemaken. De vlucht ging prima, het dalen en landen zonder één enkel probleem. Eigenlijk was iedereen opgelucht. Dat is nu veranderd in zware ongerustheid. En waarom? Niemand weet het. De Quataris zijn onwrikbaar en geduldig. Wij niet. Tony Pavord weet dat het geen zin heeft om erover te discussiëren maar toch blijft hij met de chef praten. Die is toch óók paardenman en moet het toch willen begrijpen? Rotvliegen. Vreni Riedel is gearriveerd. En als ik zeg gearriveerd, dan bedoel ik ook gearriveerd: wapperende rokken, grote hoed, leuk jasje, mooie sieraden. Ze is aanwezig.
Eef begint nu toch een beetje giftig te worden. De paarden worden al uitgeladen en dat was niet de bedoeling. 15 ruiters mogen mee om te helpen. De rest moet wachten. Ik ben de eerste die meegaat. Terwijl we in de bus naar het vliegtuig rijden, zie ik in tegengestelde richting mijn paard voorbij komen. Twee Fransen zijn bij de paarden. Ik zie mijn paard niet, maar herken wel het nummer 1804 op de box. Ik probeer vergeefs een glimp op te vangen. In het vliegtuig, waar de temperatuur aangenaam is, ga ik in Khairats box en hoop, nee bid dat Alexandra mijn paard opvangt. Het is een chaos. De spanning is onverdraaglijk. Ik zit in een koel vliegtuig met twee witte Zweedse schimmels en de voshengst van Fokeline. De drie Arabische volbloeden zijn onrustig, maar een snoepje doet wonderen. Met één knip van mijn vingers, zijn ze stil en kijken ze hongerig mijn kant uit. Vooruit dan maar, nòg een snoepje. In het vliegtuig is aangenaam koel. De airco blaast op volle toeren. So far, so good. Tot nu toe hebben de paarden niets geleden, behalve het lange staan dan. Door de deuropening, zie ik de eerste boxen in de verte (in de zon) staan bij de aankomsthal. Weer maak ik me ongerust over wat er zich in box 1804 plaats vindt. De paarden zijn dorstig en nergens is water. Even later staan alle boxen in de zon. Er mag niet afgeladen worden, de begeleiders moeten IN de box blijven en door het gaas zie ik de wanhopige ruiters en diverse heftig discussiërend dierenartsen. Nee. Er gebeurt niets. Wachten. De kruier brengt uitkomst. De tank water uit het vliegtuig heeft hij spontaan bij de paarden gezet. Er is één emmer en de begeleiders rennen heen en weer. Tony Pavord, de Engelse teamvet, rent het hardst. De paarden drinken in één teug een volle emmer leeg. Eindelijk mag er afgeladen worden. Er staan diverse mega paardentrucks klaar. Ik zie Alexandra met mijn paard aan de andere kant van het hek. (Gaas met hele rollen prikkeldraad, het lijkt wel Libanon in oorlogstijd. Soldaten met karabijnen, hele strenge controle.) Ik sta aan deze kant met Alexandra's paard. Er begint schot in te komen. Ik probeer ook "het land" in te komen. Ik mag wel maar mijn handtas moet daar blijven. Dan wordt ik boos en hardnekkig. Oké, een douane wil wel kijken en daarna kan ik gaan. De douanepersoon kijkt me verontschuldigend aan en prevelt "I'm sò sorry." De mensen kunnen er ook niets aan doen. Ik vind ze, ondanks alle ellende toch wel aardig.
Mijn paard staat al in de truck. (Hoop ik, want ik was er niet bij). Ik ren erheen. De truck is al bezet door de chauffeur en twee Italianen. Ik mag mee, op de hoedenplank. Een Noorse wil ook en met z'n tweeën liggen we over elkaar heen. De 100 jaar oude Mercedes rijdt niet harder dan 60 en dat is hard genoeg. Gaten in de weg, rot-rotondes, stilstaande auto's op de weg, etc. De derde versnelling doet het niet en wordt telkens met veel geweld op zijn plaats geramd. Ik denk maar niet aan hoe de paarden zich voelen. Ik word murw. Op de rit van 50 km, slaap ik minstens de helft. Midden in de "Sahara", is een kunstmatige oase gebouwd. Een soort Beach-paradise. De weelde is niet in woorden uit te drukken. Ik haal het paard van de wagen. Ik verbaas me over haar fitheid. We draven over de weg. Ze is heel regelmatig en totaal niet stijf. Alle paarden stappen alsof ze net 2 uur in de veewagen stonden, i.p.v. anderhalve dag. Het is 6 uur in de avond. De paarden gaan op stal. Bagage is er nog niet, dus voeren wat er daar voorhanden is. Ik heb nog een beetje uit het vliegtuig over. Ze eten goed. Ongelooflijk, na zo'n lange reis, zo goed dat er nog uitzien.
- In de hal worden we opgevangen: foto maken voor het entreepasje. Iedereen staat vermoeid en verwilderd op hun pasje!

Reisevaluatie:
Op de wagen: 15 uur (09.00 uur - 02.00 uur)
Containerbox: 12uur+30 min. (02.00 uur - 11.30 uur - 16.30 uur minus 2 uur tijdsverschil.)
Op de wagen: 1+30min. (16.30 uur - 18.00 uur.)
Totaal: 15+12.5+1.5= 28 uur onderweg met nauwelijks beweging en veel stress.
23.00 Uur: (gegeten, verbaasd over de hotelkamer, bagage aangekomen, Miranda en Fokeline aangekomen, kortom: rust!) Het paard heeft een kou-aanval gehad, gevolgd door een gigantisch zweten en is nu het weer ijskoud. Volgens Tony een yetlag. Volgens de Duitse vet toch maar een dekentje. Ze eet, drinkt en plast goed. Niet ongerust worden dus. Doodvermoeid, maar dan ook echt kapot gebroken, ga ik om 01.00 uur naar bed. Slechts een half uur slaap in het vliegtuig en een half uur in de veewagen. Ook dit is Endurance! Het paard is stik chagrijnig. Mijn moeder is blij dat ik heelhuids aangekomen ben en ook huize Miranda durft te gaan slapen, Dit was de langste en vermoeiendste dag van mijn leven. Tevens de fascinerendste. Wie mag er nou gratis vliegen met zijn paard? Wie mag er de gehele vlucht bij zijn? Wie ziet er de woestijn op de manier zoals wij hem (gaan) zien? Wie baadt er in weelde, zoals de sjeiks het heel gewoon vinden? Dit wordt een waanzinnige week.

 

naar hoofdstuk 3

terug

.